Op wandelafstand van La Cadière d’Azur ligt Domaine du Gros Noré. Ik móest hiernaartoe volgens de eigenaar van het restaurant Le Cadiero dat Gros Noré schenkt. De 1e keer kom ik niet binnen door een bruiloft. De 2e keer word ik ontvangen door een gigantische hond die een death stare op mij loslaat. De 3e keer … zal het lukken ook. Ik parkeer mijn auto op het terrein en stap uit.




Het domein is van een ongekende schoonheid. Het is ook ongekend stil … maar ik houd vol en wandel het pad af. Het is intussen een persoonlijke uitdaging geworden om hier een fles rosé te halen om mee te nemen naar Nederland.
Als ik bij het hoofdgebouw aankom zie ik zo’n 5 honden in de schaduw slapen. Bij een hond gaat een oog open en weer dicht. Te warm om overeind te komen. Gelukkig maar, want ik weet niet of ik nu ook het terrein weer ‘ontspannen’ zou kunnen verlaten. Gelukkig zie ik een enorme deurklopper op de bijna middeleeuwse voordeur en sla er 2 keer mee. Het is even stil, maar dan volgt een ‘Oui!’ uit het pand. De deur gaat open en daar staat Alain Pascal. Eigenaar van het domein.

Het lukt me niet om woorden te vinden voor de foto die ik na binnenkomst in de ontvangstruimte zie hangen. Ik vind het letterlijk een stilleven. Alain kijkt net als ik naar de foto en vindt wél de woorden: ‘Dat was ik. Vroeger. Naast mijn vader Honoré. In het dorp waren 3 Honorés en om ze uit elkaar te houden kregen ze bijnamen. Mijn vader was gros Honoré (dikke Honoré). Het wijndomein dat ik van hem heb overgenomen heb ik als eerbetoon naar hem vernoemd.’
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Dat hoeft ook niet. Alain heeft een beter idee: hij schenkt een rosé in. Het is 11 uur ‘s morgens.
Alain vertelt me over het domein. Over de wijn. Ik luister en bekijk de foto’s die hij me laat zien. Hij is net begonnen met de oogst en wil er haast mee maken. Hij vergelijkt het maken van wijn met mijn vak: teksten schrijven. ‘Het lukt alleen als je het met gevóel doet. Alleen dan ontstaat er iets moois.’ In het Frans klinkt het op een of andere manier nog mooier: avec émotion. ‘Ik wil er alles aan doen om er goede wijn van te maken. Alles. Alleen zo wil ik werken.’ Daarna laat hij zijn levenswerk zien.





Ik volg hem door de cave en stel ongetwijfeld heel vreemde vragen. Hij beantwoordt ze in alle rust en laat me zelfs de eerste roséwijn van 2020 proeven. Hij legt me uit waarom het nog geen ‘echte’ wijn is. Het mierzoete druivensap dat ik drink moet nog gisten. Het herinnert me eraan waarvoor ik ook alweer kwam: een flesje rosé. Die halen we op in een andere ruimte, waar Alain nonchalant wat flesjes uit de voorraad van 2019 plukt. Missie geslaagd. Ik heb zelfs veel meer gekregen dan waar ik voor kwam.

















